"Castaway, the Island.' - Film, tekeningen, fotografie, linoleumsnedes en monoprints.
Recent werk ik aan een project van houtskooltekeningen, fotografie en film, dat ik The Island heb genoemd.
Het gaat over een verlaten tropisch eiland—een utopische setting. Het idee van een paradijs op aarde voert terug naar de Bijbel: het Hof van Eden, het lusthof vóór de val, symbool van de menselijke zonde.
(Onbewoonde) tropische eilanden hebben altijd iets onweerstaanbaars. Ze vertegenwoordigen het clichébeeld van hoe het paradijs eruit zou moeten zien: een plek waar je gelukkig bent en alles goed lijkt.
Maar bestaat het paradijs werkelijk? Hoe weten we dat het paradijs op aarde geen fantasie is, maar realiteit?
Mijn recente werk onderzoekt deze vragen: het idee van paradijs, van onschuld en van utopie.
In de film, de foto’s en de tekeningen-serie zien we een wereld geïnspireerd door jeugdige fantasieën over onbewoonde eilanden, avonturenfilms en de desillusie van volwassen worden. Het paradijs blijkt ambivalent: schoonheid en verval, utopia en dystopia, werkelijkheid en illusie. Tropicalia, in al zijn dubbelzinnigheid.\
Video: The Island
In de video The Island speel ik met het idee van aangespoeld te zijn op een onbewoond eiland. De camera wordt het oog van de ‘castaway’, terwijl ik het eiland ontdek. Door gesproken passages uit Lord of the Flies en Pincher Martin (William Golding), Robinson Crusoe (Daniel Defoe) en The Blue Lagoon (Henry de Vere Stacpoole) begeleid ik de kijker door een wereld die verschuift van verloren naar hoopvol, van twijfel naar desillusie.
Uiteindelijk blijkt dat niets is wat het lijkt. Alles is hallucinatie, een ingebeelde ervaring van een obsessieve persoonlijkheid, een droom waarin paradijs en illusie samenvloeien.
“De geschiedenis van de utopische poging, is de geschiedenis van mislukking.” (quote Marina Benjamin)
Doorlopend werk (tekening & video)
“Verhalen met een voorspelbaar, gelukkig einde zijn doorgaans bijzonder saai.”
Mijn doorlopende werk beweegt zich tussen tekening en film—houtskool, potlood, aquarel, (mono)druk en bewegend beeld. Het zijn figuratieve werelden waarin onverwachte verbanden ontstaan, en waarin beelden botsen met gevoelens die zich niet eenvoudig laten benoemen. Er ontstaat verwarring, maar ook ruimte.
De figuren—mens of dier—blijven ongrijpbaar. Ze keren zich naar binnen, lijken opgesloten in hun eigen wereld, of er juist volledig in op te gaan.
Het werk laat zich niet vangen in een eenduidige betekenis. Wat het is, openbaart zich niet in woorden, maar in het beeld als geheel. Ondanks een zekere helderheid blijft de toeschouwer achter in het onbekende, zonder vast antwoord.
Door onverwachte combinaties van beelden ontstaat een vreemde, maar eigen harmonie—alsof onsamenhangende elementen elkaar toch weten te vinden. De logica verschuift. De orde wankelt, bijna ongemerkt.
Het werk ontstaat niet vanuit een vaststaand idee, maar groeit in het maken zelf. Beslissingen dienen zich aan vanuit een innerlijke logica, waarin materiaal, beeld en vertelling met elkaar verweven raken. Binnen één werk kunnen perspectieven kantelen, verhoudingen verschuiven, afstanden oplossen.
In de tekening zijn compositie en materiaal geen middelen, maar dragers van betekenis. De lijn, het vlak, het spoor van houtskool—ze spreken even luid als wat zij verbeelden.
Sommige reeksen vinden hun oorsprong in literatuur—zoals werken naar The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, of geïnspireerd op The Island of Bali van Miguel Covarrubias—maar ook daar verschuift het verhaal, wordt het iets anders, iets eigens.
In alles wat ik maak, zoek ik naar een vorm van poëzie. Niet als versiering, maar als een manier van kijken—waar het beeld spreekt, en het antwoord open blijft.
Recent werk ik aan een project van houtskooltekeningen, fotografie en film, dat ik The Island heb genoemd.
Het gaat over een verlaten tropisch eiland—een utopische setting. Het idee van een paradijs op aarde voert terug naar de Bijbel: het Hof van Eden, het lusthof vóór de val, symbool van de menselijke zonde.
(Onbewoonde) tropische eilanden hebben altijd iets onweerstaanbaars. Ze vertegenwoordigen het clichébeeld van hoe het paradijs eruit zou moeten zien: een plek waar je gelukkig bent en alles goed lijkt.
Maar bestaat het paradijs werkelijk? Hoe weten we dat het paradijs op aarde geen fantasie is, maar realiteit?
Mijn recente werk onderzoekt deze vragen: het idee van paradijs, van onschuld en van utopie.
In de film, de foto’s en de tekeningen-serie zien we een wereld geïnspireerd door jeugdige fantasieën over onbewoonde eilanden, avonturenfilms en de desillusie van volwassen worden. Het paradijs blijkt ambivalent: schoonheid en verval, utopia en dystopia, werkelijkheid en illusie. Tropicalia, in al zijn dubbelzinnigheid.\
Video: The Island
In de video The Island speel ik met het idee van aangespoeld te zijn op een onbewoond eiland. De camera wordt het oog van de ‘castaway’, terwijl ik het eiland ontdek. Door gesproken passages uit Lord of the Flies en Pincher Martin (William Golding), Robinson Crusoe (Daniel Defoe) en The Blue Lagoon (Henry de Vere Stacpoole) begeleid ik de kijker door een wereld die verschuift van verloren naar hoopvol, van twijfel naar desillusie.
Uiteindelijk blijkt dat niets is wat het lijkt. Alles is hallucinatie, een ingebeelde ervaring van een obsessieve persoonlijkheid, een droom waarin paradijs en illusie samenvloeien.
“De geschiedenis van de utopische poging, is de geschiedenis van mislukking.” (quote Marina Benjamin)
Doorlopend werk (tekening & video)
“Verhalen met een voorspelbaar, gelukkig einde zijn doorgaans bijzonder saai.”
Mijn doorlopende werk beweegt zich tussen tekening en film—houtskool, potlood, aquarel, (mono)druk en bewegend beeld. Het zijn figuratieve werelden waarin onverwachte verbanden ontstaan, en waarin beelden botsen met gevoelens die zich niet eenvoudig laten benoemen. Er ontstaat verwarring, maar ook ruimte.
De figuren—mens of dier—blijven ongrijpbaar. Ze keren zich naar binnen, lijken opgesloten in hun eigen wereld, of er juist volledig in op te gaan.
Het werk laat zich niet vangen in een eenduidige betekenis. Wat het is, openbaart zich niet in woorden, maar in het beeld als geheel. Ondanks een zekere helderheid blijft de toeschouwer achter in het onbekende, zonder vast antwoord.
Door onverwachte combinaties van beelden ontstaat een vreemde, maar eigen harmonie—alsof onsamenhangende elementen elkaar toch weten te vinden. De logica verschuift. De orde wankelt, bijna ongemerkt.
Het werk ontstaat niet vanuit een vaststaand idee, maar groeit in het maken zelf. Beslissingen dienen zich aan vanuit een innerlijke logica, waarin materiaal, beeld en vertelling met elkaar verweven raken. Binnen één werk kunnen perspectieven kantelen, verhoudingen verschuiven, afstanden oplossen.
In de tekening zijn compositie en materiaal geen middelen, maar dragers van betekenis. De lijn, het vlak, het spoor van houtskool—ze spreken even luid als wat zij verbeelden.
Sommige reeksen vinden hun oorsprong in literatuur—zoals werken naar The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway, of geïnspireerd op The Island of Bali van Miguel Covarrubias—maar ook daar verschuift het verhaal, wordt het iets anders, iets eigens.
In alles wat ik maak, zoek ik naar een vorm van poëzie. Niet als versiering, maar als een manier van kijken—waar het beeld spreekt, en het antwoord open blijft.